Discussie Spotlight in DWDD

24 Jan

Joep Dohmen en ik in gesprek met Matthijs van Nieuwkerk over de film Spotlight.

Advertenties

Een verzwegen leven – Robert Chesal

20 Jan

Een mooie verassing! Mijn dierbare oud-collega en boekenblogger Gerda den Hollander las en recenseerde Een verzwegen leven.

Source: Een verzwegen leven – Robert Chesal

De doofpot als beleid

23 Mrt

Prikichi Producties

Onlangs zijn twee pastoors op Curaçao plotseling op ‘studieverlof’ gestuurd, Simon Wilson van Groot Kwartier en Eduardo Sylvester van Steenrijk. Vooral het vertrek van de charismatische en populaire pastoor Simon maakte de tongen los. Velen hechtten weinig geloof aan de verklaring van het bisdom Willemstad dat de pastoor behoefte had aan ‘persoonlijke groei’.

Pastoor Simon had net afscheid genomen van de parochie Groot Kwartier om aan de slag te gaan in de kathedraal van Pietermaai. Een prima moment om eerst even bij te spijkeren. Maar dan was het toch wel eerder aangekondigd? Hij stond ook al op het ‘rooster’ van de kathedraal. Maar plotseling kreeg hij een sabbatical. De geruchten over misstappen van de pastoor gingen als een lopend vuurtje, maar bewezen werd er niets.

Televisieploeg
Dat op het moment dat beide pastoors op verlof werden gestuurd net een ploeg van de Evangelische Omroep op Curaçao was voor een reportage…

View original post 602 woorden meer

Misbruik in de missie: erger dan ik dacht

21 Mrt

Het ergste vermoeden dat ik had toen ik in december 2010 Curaçao bezocht, is bevestigd. Zojuist heeft de EO in het programma Dit is de Dag Onderzoek aangetoond dat de commissie Koeijers, het meldpunt van het bisdom Willemstad voor seksueel misbruik, is mislukt.

De indruk die ik kreeg uit mijn eigen gesprekken op het eiland, nu meer dan vier jaar geleden, was dat de commissie haar taak niet serieus opnam. Slachtoffers van misbruik door Nederlandse missionarissen vertelden mij dat zij geen respons kregen van de commissie Koeijers. In een enkel geval werd een slachtoffer er zelfs van afgepraat om een klacht in te dienen: dat gaf mij reden om te denken dat de commissie niet zomaar incompetent was, maar juist een actieve doofpot. Doordat bisschop Secco weigerde om mij te woord te staan tijdens mijn bezoek, kon ik geen rechtstreeks antwoord krijgen op mijn vraag of die commissie echt goed bezig was.

Dankzij de reportage van de EO is het antwoord nu pijnlijk duidelijk geworden. De reportage liet confrontaties voor de camera zien: met de jurist Ronald Koeijers en met bisschop Secco. Koeijers leek geen kennis te dragen van een misbruikgeval waarover jaren geleden al uitgebreid is gecorrespondeerd. De commissievoorzitter keek met verbazing naar de brieven die zijn uitgewisseld door een lid van zijn eigen commissie en het slachtoffer. Monseigneur Secco, op zijn beurt, verklaarde niets te weten van enige misbruikmelding over Nederlandse paters op Curaçao.

Doofpot

Ondertussen hoorden we onthutsende verhalen van Pedro Casimiri, die in de jaren 50 in het Juvenaat is misbruikt door een Nederlandse pater. En van Johnny, die door drie Fraters van Tilburg jarenlang is misbruikt en mishandeld. Johnny heeft na een pijnlijke juridische strijd erkenning van de Fraters gekregen. Maar de gang van zowel Pedro als Johnny naar de commissies Deetman en Koeijers had geen resultaat. Deetman wilde geen meldingen uit de Antillen in behandeling nemen, en bij Koeijers verdwenen de klachten in een zwart gat van incompetentie, misschien zelfs een doelbewuste doofpot.

Dat de heer Koeijers recentelijk heeft gezegd dat sommige meldingen niet in behandeling werden genomen omdat ze ‘buiten de onderzoeksperiode’ vielen, versterkt het beeld van een doofpot. In een vraaggesprek dat ik met Koeijers in december 2010 hield, zeven maanden na aanvang van zijn commissiewerkzaamheden, verklaarde hij dat de commissie nog niet had besloten wat hun onderzoeksperiode ging worden. Een commissie die op meldingen wacht, om ze vervolgens uit te sluiten omdat ze buiten een nog niet vastgestelde onderzoeksperiode vallen, is duidelijk bezig klachten weg te moffelen.

Slordigheidje?

De EO liet effectief zien hoe de kerk de slachtoffers van Nederlandse missionarissen in de kou liet staan. Johnny en Pedro konden niet terecht bij Wim Deetman en zijn commissie in Den Haag, en vervolgens kregen ze geen gehoor in Willemstad. Een minder sterk punt van de reportage was de uitspraak van Vaticaankenner Stijn Fens over Deetman. Fens noemde het ‘slordig’ van Deetman dat zijn commissie ‘vergeten’ was de missionarissen mee te nemen in hun onderzoek. Maar dat was geen slordigheidje, het was beleid. Deetman had misstanden in de missielanden expres buiten beschouwing gelaten en dat vooraf bekend gemaakt.

Wat deze reportage wél duidelijk toont is de ongrijpbare kant van de Rooms-Katholieke kerk. De Nederlandse bischoppen trekken hun handen af van Curaçao, en vervolgens doen de kerkelijke autoriteiten in Willemstad alsof hun neus bloedt. En dat terwijl de bewijzen van misbruik en verdoezeling daarvan er al jaren liggen. De macht van het Vaticaan lijkt niet beperkt door landsgrenzen, maar als het erom gaat de kerk ter verantwoording te roepen, lijken diezelfde grenzen ineens van heel groot belang.

opmerking: Dit stuk heb ik enkele uren na publicatie aangepast, toen ik van een journalist vernam dat Ronald Koeijers had gesproken over meldingen die ‘buiten de onderzoeksperiode’ vielen. Met dank aan Heleen Sittig voor taalcorrecties.

With hatred in my heart: #CharlieHebdo

8 Jan

charliehebdo-pictures

I was sitting yesterday, running ideas through my head about the lecture on religious diversity that I’ll soon be giving to university students here in The Netherlands. I looked down at my smartphone and read what had happened: the attack on Charlie Hebdo. Gunmen in central Paris, journalists and cartoonists dead on the ground for having satirized Mohammed. The prophet has been avenged, the gunmen shouted.

I switched from a news site to Facebook. A friend with a keen eye, Joris Luyendijk, had just posted something that I instantly appreciated. It was in Dutch, but I’ll translate it here:

The attack on Charlie Hebdo is a kind of invitation from the perpetrators, to all of us, to become just as hateful as they are.

Another friend, Jonathan Groubert, posted this:

I don’t care what they do, I refuse to hate them.

 I ‘liked’ both posts and went to Twitter, where I tweeted something appropriately turn-the-other-cheekish: The only war worth fighting is the war to keep hatred out of our hearts. Others retweeted it. But I knew, before I wrote it, that I was lying. I recognized very well the emotion I felt in the pit of my stomach, as I saw and heard the footage of men in black on that otherwise peaceful Paris street, pumping bullets into journalists and murdering a policeman on the ground who was begging for mercy. What I felt was hatred.

Hatred of thugs. Of men so deliberately destroying our safety, killing what we call civilization. Hatred of men who used bullets instead of words. Sorry, I’m not like Jesus. I didn’t love them. I hated them.

That feeling was not new to me. I felt it on November 2, 2004 too, after Mohammed Bouyeri murdered Theo van Gogh, the Dutch filmmaker who was known to insult the prophet Mohammed regularly. I hated that fanatic Bouyeri, like I hated Volkert van der Graaf, the animal rights wacko who gunned down Dutch politician Pim Fortuyn.

Our call to find love in our hearts, to banish hatred, is an understandable reflex. We watch the news and see our world threatened by a cycle of religious intolerance spinning out of control. Hatred is frightening.

I must admit, I’m no fan of Mohammed cartoons either. In 2005, when the drawings of the prophet published by the Danish Jyllands-Posten led to protests in the Muslim world, some editors in the newsroom where I worked wanted to republish the cartoons on our website. I opposed the move. I’m almost ashamed of this now, but at the time I was on a different side in this issue. I didn’t want to insult anyone. I never liked Theo van Gogh either. He was funny at times, sure. But, maybe because I was not raised in the Dutch culture and never understood the crassness that so often passes for humor in this country, I saw Van Gogh as a boorish asshole. Calling the prophet a goat f–cker seemed needlessly crude. If he couldn’t find a more sophisticated way to critique Islam, I simply didn’t like him. And his attempt at a serious approach to the topic in the film Submission, produced with Ayaan Hirsi Ali, did not make up for his stupid insults towards Islam.

My American, liberal-Jewish upbringing played a role in this. I was raised in an environment where schoolteachers and parents taught kids to respect others’ religions and cultures. After moving to The Netherlands, I was shocked to discover that Dutch people were so intolerant in fact, so culturally insensitive towards the Muslim faith. Van Gogh’s jokes were the perfect example.

While I’m speaking ill of the dead, I should mention that I didn’t like Fortuyn either. He was a demagogue, to my mind, out to demonize the Muslims in Dutch society and dangerously flirting with the idea of dismantling fundamental principles of the Dutch constitution. But at least neither he, nor Van Gogh, ever killed anyone over an idea. And since this is now the pitiful yardstick by which we’re measuring human conduct, I guess Fortuyn and Van Gogh were not so bad after all. I may have despised their message when they were alive, but today I would have to take their side because they symbolize free speech.

So what has changed? Why did I oppose the Mohammed cartoons in 2005 but yesterday post ‘Je Suis Charlie’ on my Facebook page? I think the difference is that I now recognize how dangerous the threat to free speech and freedom of the press is. And how close it has come to shattering the civilization we are trying to preserve.

It’s weird. In order to become a more civilized person, I had to learn to defend an act I despise. To defend the right to insult. To recognize that hatred is fine, as long as it’s only expressed in words. And with that in mind, let me rephrase something I wrote earlier:

The only war worth fighting is the war of words.
#Je Suis Charlie

Afbeelding

NRC Handelsblad, 5 november 2013

8 Nov

VPKK_Deetman_NRC

Sex (abuse), lies, and (unfortunately) no videotape

30 Mei

Een misbruikslachtoffer heeft een merkwaardig document onder mijn aandacht gebracht. Alweer beweert een rooms-katholieke congregatie dat het allemaal wel meevalt met dat misbruik in de kerk.

Het document is een recente uitgave van de Mill Hill Missionarissen, een rooms-katholieke congregatie die al jaren onder vuur ligt wegens beschuldigingen van seksueel misbruik van minderjarigen. Een van de beschuldigde Mill-Hill priesters is de Nederlander Cornelius Schilder, vanaf 2003 bisschop van Ngong in Kenia.

In 2009 werd Schilder door het Vaticaan naar huis gestuurd omdat hij een 14-jarige jongen zou hebben misbruikt. Het besluit van het Vaticaan was gebaseerd op onderzoek door Fons Eppink, destijds regionaal-overste van de Mill-Hill Missionarissen in Kenia.

Bestraft
In 2011 heeft Eppink tegenover NRC Handelsblad en de Wereldomroep bevestigd dat Schilder wegens de misbruikbeschuldiging geen missen meer mocht opdragen en geen pastorale taken mocht uitvoeren. Volgens Eppink waren die maatregelen het gevolg van de door het Vaticaan opgelegde straf.

MillHillVoorpagina Screen Shot 2013-05-30 at 6.29.32 PM

Maar nu krijgen de abbonees van het Mill Hill blad een heel ander verhaal te horen. Cornelius Schilder wordt in dit nieuwe relaas van Eppink een “Mill-Hill Missionaris” genoemd. Eppink maakt in zijn artikel geen melding van de straf die bisschop Schilder kreeg opgelegd door het Vaticaan, maar hij merkt wel op dat het Nederlands Openbaar Ministerie in 2011 de zaak heeft onderzocht een geen aanknopingspunt zag voor strafrechterlijk onderzoek.

Verder stelt Eppink dat de commissie Deetman de beschuldigde heeft gehoord en dat “noch uit het daarvan opgemaakte verslag noch uit het eindrapport van de Onderzoekscommissie (…) de conclusie  [kan] worden getrokken dat de beschuldiging gefundeerd is.”

Dat Eppink hier geen melding maakt van de in 2009 door het Vaticaan opgelegde straf is, op zijn minst gezegd, zeer onvolledige berichtgeving.

Ongeloofwaardig?
Het door Eppink aangehaald “onderzoek” door het OM was niet meer dan een kort bezoek door de politie waarin Schilder werd gevraagd naar zijn kant van het verhaal. Omdat de Keniaan Michael Ole Uka geen aangifte tegen de bisschop wilde doen, kon er geen vervolging plaatsvinden. Maar dat betekent niet dat de beschuldiging ongeloofwaardig is.

Vervolgens schrijft Eppink in het Mill-Hill blad over de recenter aan het licht gekomen zaak van Emmanuel Shikuku:

Over de beschuldiging van Shikuku, die eerder ook al in 2011 is geuit, heeft de Algemene Overste van de Mill Hill Missionarissen recentelijk laten weten dat deze zowel door het hoofdbestuur als door de civiele autoriteiten en de politie is onderzocht en dat deze onderzoeken hebben geleid tot de conclusie dat er geen deugdelijke feitelijke grondslag voor die beschuldiging is gevonden.

Geen vuiltje aan de lucht, dus, volgens Eppink. Behalve dat hij niet vermeldt dat het onderzoek, uitgevoerd door de civiele autoriteiten en de politie, alleen betrekking had op één van de zes beschuldigde priesters van de congregatie – een Brit en geen Nederlander. Dat onderzoek beperkte zich tot Londen en er is toen niets uitgezocht in Kenia waar volgens Shikuku de meeste feiten plaatsvonden. Maar Eppink doet alsof zijn aankondiging het hele verhaal van Shikuku onderuit haalt.

Vervolgens schrijft hij:

Op krantenberichten over seksueel misbruik, hoe tendentieus en ongefundeerd ook, zullen de Mill Hill Missionarissen doorgaans niet in de media reageren.

Dit is geen nieuw beleid. Toen Eppink in 2011 zijn uitspraken tegen NRC en Wereldomroep deed, werd hij door zijn algemeen overste in Londen teruggevloten. Hij mocht voortaan geen woord meer tegen de pers zeggen over het misbruik, zo heeft hij aan ons laten weten. De mediastilte heb ik ook gemerkt toen ik een onaangekondigd bezoek bracht aan het Mill-Hill rusthuis in Oosterbeek, waar ik met Cornelius Schilder probeerde te praten. Toen ik de naam Shikuku liet vallen liep hij boos weg. Nu mag Fons Eppink kennelijk weer het woord voeren, als het verhaal maar geen inconvenient truths bevat.

Als de Mill Hill Missionarissen tegen tendentieuze berichtgeving zijn, kunnen ze beter bij zichzelf beginnen en een transparant verhaal publiceren, waar de hier genoemde feiten ook in staan.